Een passagiersvliegtuig is een toestel dat bedoeld is voor het vervoeren van mensen. Een passagiersvliegtuig kan worden aangedreven door zowel straalmotoren als door propellers. Over het algemeen worden de, door propellers aangedreven vliegtuigen, gebruikt voor korte en regionale vluchten. De straalvliegtuigen kunnen worden gebruikt voor middellange tot zeer lange vluchten. Doordat straalmotoren steeds krachtiger, zuiniger en stiller worden, worden steeds beter vliegtuigen gebouwd met een groter vliegbereik.
Tientallen jaren geleden, toen de eerste straalvliegtuigen in dienst werden genomen, waren er slechts een paar vliegvelden op de wereld die deze vliegtuigen ook daadwerkelijk konden afhandelen. De banen moesten enorm lang zijn (ruim 3000 meter!) om de eerste generatie straalverkeersvliegtuigen veilig te kunnen laten landen en opstijgen. Tot deze eerste generatie straalverkeersvliegtuigen behoren onder andere de Comet, B707, de DC-8, de CV-880 en de langere CV-990. Deze vliegtuigen zorgden er al snel voor dat de propellervliegtuigen uit dienst werden gehaald en werden vervangen door deze “nieuwe” vliegtuigen. De straalvliegtuigen zorgden voor veel korte vluchten zodat een machine vaker kon worden ingezet. Al na een paar jaar moesten De Havilland en Convair, de vliegtuigbouwers van de Comet en de CV-880 en de CV-990, het veld ruimen en bleven de DC-8 van Douglas en de B707 van Boeing over. Maar beide vliegtuigen hadden lange banen nodig, wat natuurlijk geen probleem was op grote internationale vliegvelden. Maar zijn dat de enige vliegvelden? Nee, natuurlijk niet.
Daarom werden er al snel kleinere vliegtuigen gebouwd. In Groot-Brittannië ontstond de Hawker Siddeley HS-121 Trident: een driemotorig toestel met alle motoren aan de achterkant van het toestel. Deze revolutionaire uitvinding zorgde naast een korte start- en landingsbaan ook nog eens voor een lager geluidsniveau in de cabine. Maar de eerste maatschappij die interesse had in dit vliegtuig, had heel andere plannen. Omdat de Trident zou opereren vanaf grote vliegvelden zoals Heatrow (Londen) en Charles de Gaulle (Parijs), hoefden er geen krachtige motoren worden geïnstalleerd. “Zwakkere motoren waren beter en zuiniger!” vond deze maatschappij. En dit was een van de domste zetten ooit gemaakt door Hawker Siddeley. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zat ook Boeing niet stil. Daar werd namelijk op 18 september 1959 een nieuw vliegtuig aan het publiek getoond, de Boeing B727. Ook dit vliegtuig had drie motoren die allen aan de achterkant van het toestel waren gemonteerd. Wat was het verschil tussen deze twee vliegtuigen? De aandrijving. Boeing koos geen zwakke motoren zoals Hawker Siddeley had gedaan. Boeing monteerde de krachtigste motor die op dat moment beschikbaar was, de Pratt & Whitney JT8D-1 turbinestraalmotor die totaal 19050 kg aan stuwkracht kon leveren. Hierdoor was het voor de B727 mogelijk om op te stijgen in slechts 1500 meter, terwijl het toestel helemaal vol beladen is. In februari 1965 kondigde Boeing opnieuw een vliegtuig aan: de B737-100. Hoewel er in het begin een aantal tegenslagen waren, is de B737 generatie een zeer groot succes geworden. Vandaag de dag wordt dit vliegtuig nog steeds geproduceerd, dit zijn de B737-600, B737-700, de B737-800 en de B737-900.
In de jaren die volgden had Boeing het grootste gedeelte van de vliegtuigproductie in handen, gevolgd door Douglas met haar DC-9 en een aantal Russische bouwers. In Rusland werd de Tu-154 een groot succes. Net als de Trident en de B727 heeft ook de Tu-154 drie motoren die aan de staart zijn gemonteerd. In 1970 werd er in Europa een nieuwe vliegtuigbouwer opgericht onder de naam Airbus Industries. Het eerste vliegtuig van deze bouwer was de A300, de eerste tweemotorige widebody ter wereld. Hoewel het vliegbereik bij de eerste versies niet echt groot was, werden er toch veel van verkocht. De jaren die volgden kwamen verbeterde versies op de markt. Boeing besloot om een concurrent voor de A300 op de markt te brengen, namelijk de B757 en de B767. De B757 maakte haar eerste vlucht in februari 1982, de B767 in 1978. Airbus heeft erg te lijden gehad onder het succes van haar concurrenten, maar toch zijn er een paar honderd A300’s gebouwd.
Airbus bracht echter in februari 1978 een concurrent voor de B737 op de markt: de A320. Dit was het eerste verkeersvliegtuig dat was uitgerust met een fly-by-wire systeem. Er werden echter maar weinig A320-100’s gebouwd want de vliegtuigbouwer schakelde snel over op de verbeterde versie, de A320-200. In de jaren erna werd een langere versie (de A321) en twee kortere (de A319 en de nóg kortere A318) versies gebouwd. Momenteel gaat het met zowel Airbus als Boeing zeer goed. Vooral op het gebied van widebodies hebben beide bedrijven niks te klagen. Boeing produceert tot aan de zomer van 2008 de B767-300ER en de B767-400ER. Wanneer deze stopt, zal de eerste B787 Dreamliner worden afgeleverd. De Dreamliner heeft een zeer groot vliegbereik (ruim 15.000 kilometer), is stil, zuinig en biedt plaats aan bijna 300 passagiers. Bij Airbus gaat het goed met de A330, die ook een groot vliegbereik heeft. Deze vliegtuigbouwer werkt momenteel aan de A350XWB, die in 2012 beschikbaar moet komen en zowel de A330 als de A340 moet gaan vervangen.
|