| T-staart | HELP| |
Hoewel een T-staart bij zowel straal aangedreven alsmede propeller aangedreven vliegtuigen mogelijk is, worden vooral propellervliegtuig hiermee aangedreven (voorbeelden: ATR-42, ATR-72, DHC-8). In het verleden zijn er wel enkele straalaangedreven vliegtuigen geweest die met een T-staart waren uitgerust. Bij deze vliegtuigen waren de motoren aan de achterzijde van de romp bevestigd om vliegprestaties te verbeteren. Om een vrije luchtstroom van de uitlaat mogelijk te maken, waren vliegtuigbouwers genoodzaakt om het hoogteroer hoog te plaatsen. Voorbeelden: B727, DC-9, HS-121 Trident, Tu-134 Crusty, Tu-154 Careless. Ook de drie straalaangedreven passagiersvliegtuigen van Fokker (te weten de: F28 Fellowship, F70 en de F100) hebben een T-staart. Een groot voordeel aan deze opbouw is het feit dat de vleugels erg aërodynamisch zijn en weinig luchtweerstand bieden. Door de motoren aan de achterkant van de romp te plaatsen, wordt aanzienlijk minder geluid waargenomen in de cabine. Zeker bij de eerste generatie straalmotoren was dit een prettige ervaring. Je kon eindelijk met je buurman/buurvrouw praten zonder de stem te hoeven verheffen. |
|
| Vertel een vriend | |
|
Stuur door naar een vriend | |
| ©2004-2010 Aircrafts.nl | |

Een beperkt aantal vliegtuigen heeft een zogenaamde T-staart. Een T-staart ontstaat wanneer het hoogteroer als het ware bovenop de staart wordt gemonteerd. Van de voor- en achterkant ontstaat hierdoor een T-vorm.